Een programma bestaat uit meerdere aan elkaar gerelateerde projecten. Bij een programma draait het om één of meerdere complexe doelstellingen die behaald moeten worden. Deze doelstelling kan niet behaald worden door slechts één project, er zijn meerdere aan elkaar gerelateerde projecten nodig om de grotere doelstelling te behalen. Een programmamanager zorgt ervoor dat alle losse projecten samen leiden tot het behalen van de centrale, overkoepelende doelstelling. De taken van programmamanagers verschillen per project, aangezien elk programma immers anders is. 

In grote lijnen zijn er drie fases waarbij de programmamanager betrokken is:

  1. De opzetfase – de programmamanager probeert in deze fase de doelstelling en het overkoepelende doel van alle projecten te bepalen. Daarna wordt een planning gemaakt, de juiste mensen verzameld en starten met de projecten. 
  2. De uitvoeringsfase – de projecten worden in deze fase uitgevoerd. De programmamanager behoud in deze fase het overzicht, kijkt of de projecten goed verlopen en of de doelstellingen realistisch en haalbaar zijn. 
  3. De afrondingsfase – in deze fase worden de uitkomsten overgedragen door de programmamanager aan de mensen die er vervolgens mee aan de slag gaan. De programmamanager controleert of alle projecten conform doelstellingen, budget en planning afgerond zijn en koppelt de resultaten terug naar de opdrachtgevers/leidinggevenden.

 

 

Cookies

Deze website maakt gebruik van functionele en analytische cookies, die geen inbreuk maken op uw privacy. U kunt hierover meer lezen in onze Privacy policy